mindfulness in therapie, coaching en trainingen

‘Grip op je gevoel’... moet je dat wel nastreven? Een boekbespreking.

17 maart 2012. Wies Akkermans

‘Grip op je gevoel’... moet je dat wel nastreven? Matthey McKay, Patrick Fanning en Patricia Zurita Ona. ‘Mind and Emotions’. Nederlandse vertaling: ‘Grip op je gevoel’: een universele methode om aan de slag te gaan met emoties als angst, depressie, boosheid, schaamte en schuld. Amsterdam: Hogrefe, 2011, 208 blz.

‘Grip op je gevoel’, dat stemt hoopvol!
Naast de titel boezemt ook de wervende samenvatting op de achterkant van het boek vertrouwen in. De auteurs presenteren een nieuw universeel protocol voor de behandeling van ongewenste emoties. Een universeel protocol betekent dat dezelfde behandelingsstappen effectief zijn, ongeacht de specifieke emotie waar iemand last van heeft. In dit boek wordt op praktische wijze uitgelegd wat een lezer kan ‘doen’ als hij of zij overspoeld wordt door pijnlijke emoties als angst, depressie, boosheid, schaamte of schuld.

Dit universele protocol is bedoeld als zelfhulpboek voor mensen die worstelen met emotionele problemen, anderzijds voor therapeuten die op zoek zijn naar een effectieve behandeling voor emotioneel lijden. De auteurs geven aan dat er op dit moment drie op onderzoek gebaseerde universele therapieën voor emotionele stoornissen zijn: dialectische gedragstherapie (Linehan, 2002), acceptatie en commitment therapie (Hayes, Strosahl en Wilson, 2006) en cognitieve gedragstherapie (Moses en Barlow, 2006). Deze drie therapieën zijn bewezen effectief voor mensen die kampen met overweldigende emoties. De auteurs hebben deze therapieën met elkaar gecombineerd. Ze hebben tien behandelhoofdstukken (protocollen) samengesteld die volgens hen de beste hulp bieden. Voorbeelden van protocollen zijn: waardegerichte actie, mindfulness, defusie, cognitieve flexibiliteitstraining, interpersoonlijke effectiviteit, imaginaire- interoceptieve- en situationele exposure. Vervolgens leggen ze zeven disfunctionele copingstrategieën (TDF’s) uit die ten grondslag liggen aan emotionele stoornissen. De TDF’s die ze o.a. beschrijven zijn: ervaringsvermijding, rumineren (piekeren), korte-termijn-focus en negatief oordelen. De TDF’s ontstaan als pogingen van mensen om pijnlijke emoties te vermijden, maar versterken deze emoties juist vaak op langere termijn.

image

Het idee van een universeel behandelprotocol gericht op het helpen van mensen bij diverse pijnlijke emoties sprak me erg aan. Het kan veel tijd en energie besparen bij het uitzoeken ‘wat er voor wie precies werkt’. De focus van het protocol ligt op het verbeteren van emotieregulatie vaardigheden vanuit effectief gebleken cognitieve- en gedragstherapeutische technieken, én mindfulness.
De therapieën DGT, ACT en CGT waarop dit protocol gebaseerd is, hebben ook mindfulness geïntegreerd in hun behandeling. Ger Schurink (2006) geeft aan dat dit een zinvolle toevoeging is aan het repertoire van de cognitieve gedragstherapie.
Het boek heeft een heldere opbouw van de behandelstappen. De lezers kunnen aan de hand van een vragenlijst hun disfunctionele copingstrategieën achterhalen en vervolgens hun eigen behandelprotocol samenstellen. Dat nodigt lezers uit tot zelfmanagement. De beschreven oefeningen zijn concreet en zeker zinvol. Het suggereert echter dat vele lezers op zelfstandige wijze aan de slag kunnen met dit (werk)boek, en dat de vaardigheden eenvoudig aangeleerd en eigen gemaakt kunnen worden. Dit geeft veel lezers wellicht teveel hoop en brengt het risico van faalervaringen met zich mee. In de klinische praktijk blijkt immers dat deze oefeningen vaak tijd, energie en doorzettingsvermogen kosten. Zeker bij ernstige emotionele problemen, zoals agorafobie of depressie is begeleiding door een therapeut noodzakelijk. Deze emoties hebben immers vaak een verlammende werking waardoor het zelfstandig doorlopen van de behandelstappen te hoog gegrepen zal zijn. Ik denk echter ook dat bij lichtere emotionele problemen het aanleren van de beschreven vaardigheden vaak onhaalbaar zal zijn zonder ondersteuning en feedback. Een psychotherapeut kan behulpzaam zijn om de opbouw, intensiteit en snelheid zo goed mogelijk af te stemmen op zijn cliënt. Hierbij is het aannemelijk dat een aandachtgerichte houding van de therapeut zelf, de werkzame factoren bij een behandeling, zoals nabijheid, warmte, respect en niet-oordelen versterkt (Morgan & Morgan, 2005).

Het hoofdstuk over ‘emoties’ kan duidelijker geschreven worden, en in het hoofdstuk over ‘mindfulness’ wordt de techniek op een wat tegenstrijdige wijze uitgelegd. De tekst suggereert soms een streven naar het veranderen van de ongewenste emotie, terwijl dit juist niet de bedoeling is van mindfulness. ‘Mindfulness is een aanpak gericht op acceptatie, op het leren omgaan met pijnlijke gevoelens. Het gaat hierbij niet om het streven naar het veranderen van de klachten, maar naar het veranderen van de houding tegenover disfunctionele gedachten, gevoelens en gedrag’ (G. Schurink, 2006). Deze tegenstrijdige uitleg heeft vermoedelijk te maken met een minder goede Nederlandse vertaling. Zo is de neutrale titel ‘Mind and Emotions’ vertaald naar ‘Grip op je gevoel’. Deze vertaling zet de lezer naar mijn idee op het verkeerde been omdat de titel de indruk wekt dat het gaat om het oplossen van ongewenste emoties in plaats van deze juist toe te laten. Ger Schurink (2009) legt uit dat je met mindfulness leert ‘niets’ te doen op een speciale manier. Dat wil zeggen dat je opmerkt hoe je emotioneel reageert met negatieve automatische gedachten en de bijbehorende lichamelijke reacties.
De auteurs pretenderen dat het gecombineerde protocol effectief is. Deze indruk wordt voor een deel gewekt door hun enthousiaste schrijfstijl. Daarnaast geven ze aan dat dit protocol gebaseerd is op drie bewezen therapieën en dus ook werkt. Ik begrijp dat dit aannemelijk is, maar dit protocol is in deze vorm niet wetenschappelijk onderzocht.

image

In dit boek wordt een universeel protocol gepresenteerd dat gebaseerd is op drie effectief bewezen
therapieën: DGT, ACT en CGT. Mindfulness is een basiscomponent van dit protocol. Het protocol is in deze vorm nog niet onderzocht. Voorzichtigheid is dus geboden. Het boek bevat waardevolle informatie en een reeks oefeningen die in de therapeutische praktijk zeker zinvol kunnen zijn. Ik denk echter dat het als zelfhulpboek de lat te hoog legt en dus tekort schiet.

* Drs. W. Akkermans is psycholoog en kinder- en jeugd cognitieve gedragstherapeut i.o.. Werkzaam bij een tweedelijns kinder- en jeugdpsychologenpraktijk. E-mail:
Met dank aan Hedwig Smeur.

Referenties
1. Schurink, G. (2009). Mindfulness. Een praktische training in omgaan met gevoelens en gewoonten. Zaltbommel: Thema.
2. Schurink, G. (2006). Mindfulness: integratie in de cognitieve gedragstherapie. Gedragstherapie, 39, blz 282-291.
3. Morgan, W.D. & Morgan, S.T. (2005). Cultivating Attention and Empathy. In: Mindfulness and Psychotherapy, pp. 73-90.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

 

Als je wilt reageren op dit artikel, vul dan het onderstaande formulier in. Om ongewenste mail/spam tegen te gaan worden reacties niet automatisch geplaatst. Ze worden dus eerst even bekeken en verschijnen pas op een later tijdstip in het weblog.

Uw naam

Uw mailadres

Uw reactie

laat mij weten als iemand hierop reageert

onthoud mij

vul deze gegevens ook in: